Lymfdrainage

Lymfdrainage kan worden toegepast bij zowel veneuze- als lymfatische oedemen. Oedemen kent men in de volksmond als “vochtophoping”, en kan zowel in armen, benen, romp en gelaat voorkomen.

Lymfatisch oedeem is een veel voorkomende, ernstige en chronische aandoening die op den duur kan leiden tot ernstige weefselschade en complicaties zoals fibrosis, lymfangitis en cellulitis kan veroorzaken.

Psychosociaal i s de aanwezigheid van lymfoedeem zeer belastend.

Lymfoedeem ontstaat bij een mechanische insufficiëntie van het lymfesysteem. De transportcapaciteit is verminderd, terwijl de lymfelast fysiologisch is. Hier onderscheid men primair en secundair lymfoedeem.

Primair of aangeboren oedeem: dit is een aangeboren afwijking waarbij het lymfestelsel niet voldoende functioneel is aangelegd, wat niet wil zeggen dat er daarom al vanaf de geboorte oedeem zichtbaar is.

Secundair of verworven oedeem ontstaat nadat er schade is aangericht aan het lymfstelsel bv. na operatieve verwijdering van okselklieren, of na zware enkeltraumata.

Veneus oedeem ontstaat door slecht werkende kleppen in het veneuze systeem, waardoor er een reflux van het veneuze bloed ontstaat of door obstructie in de venen (trombose). Deze vorm van oedeem vormt zich vnl. tijdens de dag rond de enkels en verdwijnt ’s nachts. Dit is geen indicatie voor lymftaping, enkel voor manuele drainage en endermotherapie (zie verder).

In onze praktijken worden de manuele drainage technieken vlg. Leduc toegepast, al dan niet in combinatie met andere aanvullende therapieën.

Deze aanvullende therapieën kunnen zijn: Endermotherapie

Compressietherapie

Lymftaping

Reacties zijn gesloten.